| De
armslag
De functie van de armslag bij een goede
schoolslagzwemmer is primair stuwend. Bij beginnende zwemmers zie je dit
nog niet: de armen worden gebruikt om het hoofd boven water te houden door
steun te zoeken op het water.
De schoolslag armslag is de enige armslag waarbij de contrafase (de fase
waarin de handen en armen tegen de zwemrichting in worden bewogen) onder
water plaatsvindt. De armen en handen komen tijdens de gehele slag niet
boven het water uit, wat natuurlijk een hoop weerstand geeft.
De armslag kunnen we onderverdelen in een aantal
fases:
- Uitgangshouding
- Glijfase
- Trekfase
- Duwfase
- Contrafase
Bij de armslag zien we een groot aantal
individuele verschillen; smaller of juist breder uitvoeren van de
stuwbaan, de lengte van de stuwbaan en de diepte van de trekfase.
De uitgangshouding bij de schoolslag is liggend
op de buik met de ellebogen gestrekt en de handen naast elkaar, met de
handpalmen naar beneden gericht, net onder de waterspiegel. Zowel de
ledematen van de benen als van de armen zijn gestrekt.
Het hoofd is ongeveer op de oorlijn tegen de bovenarmen.
(Zie afbeelding)

De glijfase is de uitloop van de uitgangshouding
en is tevens het moment waarin de benen de gelegenheid krijgen de stuwende
fase te voltooien. In de fase zoeken de handen naar grip op het water.
Net voor de trekfase zullen de armen naar binnen
gedraaid worden zodat de trekfase met naar binnen gedraaide ellebogen zal
aanvangen. De armen zullen tegelijkertijd schuin zijwaarts naar beneden
bewegen. Bovendien zal er een achterwaarts gerichte beweging met de armen
plaatsvinden.
Er wordt wel gezegd dat de trekfase duurt tot het moment dat de zwemmer
met zijn naar voren gerichte blik zijn pinken niet meer kan zien.
De trekfase gaat over in de duwfase wanneer de
armen iets voor de schouders zijn. (Bij de andere slagen is dit recht
onder de schouder.) De handen en ellebogen worden naar elkaar gebracht
waarbij de handen nog steeds een leidende rol hebben. De ellebogen worden
snel aangesloten en de handpalmen zullen naar elkaar toe worden gedraaid.
Langzamerhand zullen de handen naar voren worden
gebracht. Dit gebeurt op het moment dat de ellebogen bijna tegen de romp
komen. Tijdens deze contrafase, waarin de ellebogen weer gestrekt worden
en de handen met de handpalmen naar benden gekeerd worden, wordt een begin
gemaakt met de beenbeweging.
|