Zwemmen


Open Water Zwemmen


- Open water zwemmen is geweldig !
- Langebaanzwemmen, wat is daar nou aan ?
- Lange afstandszwemmen

Open water zwemmen is geweldig !

Open waterwedstrijden worden gedurende het hele zomerseizoen praktisch elke zaterdag en zondag ergens in Nederland georganiseerd. Elke wedstrijd kent zijn eigen charme, het is steeds net weer anders, de ene keer zwem je in een kanaal, de volgende keer in een meer, een rivier, het IJsselmeer en er bestaan zelfs zeezwemwedstrijden.
De afstanden bij deze wedstrijden bestaan uit wedstrijden van 500 meter voor de jongste jeugd, tot wedstrijden van 10 km en 22 km (IJsselmeer oversteek Stavoren - Medemblik) bij de senioren.
Zoals al geschreven, zijn er dus wedstrijden voor de jongste jeugd, de oudere jeugd, senioren en masters. Alle leeftijdsgroepen komen op zo’n wedstrijddag aan bod, en bij sommige zwemvereniging zie je dus ook dat complete gezinnen mee zwemmen. Voor degenen die het zwemmen in wedstrijdverband toch iets te heftig is, kent elk evenement ook nog prestatietochten, met afstanden van 250 tot 1000 meter. Iedereen kan meedoen dus.

In Nederland is Edith van Dijk wel de meest bekende deelnemer aan de open waterwedstrijden, verschillende malen werd zij wereld en olympisch kampioen. Deltasteur levert elk jaar wel enkele deelnemers aan de wedstrijd in Scheerwolde, soms wordt er ook nog deelgenomen in Bussloo, maar daarmee hebben we het wel gehad. In het verleden kende de Steur bijna geen open water zwemmers, alleen Sigrid Pels was een fanatiek beoefenaarster van deze tak van sport. Bij de Deltazwemmers waren er meerdere liefhebbers, en hieruit komt dan op dit moment nog de meest actieve groep open water zwemmers bij onze club.

Waarom heeft onze club zo weinig open water traditie. Het antwoord ligt waarschijnlijk in het feit, dat veel kinderen niet meer gewend zijn om in open water te zwemmen, en dan zeker niet in Nederland. Soms komt het er nog wel van in vakanties in Frankrijk en Spanje ed, maar in Nederland, in dat groene, bruine, donkere en bovendien meestal nog koude water? Dat is voor de meeste net een te hoge drempel. En dat is jammer, erg jammer.
De schrijver van dit stukje, Joop van Dijk, heeft wel ervaring in het deelnemen aan de open water wedstrijden. In vroeger jaren als 18-20 jarige nam ik deel aan de open waterwedstrijden in Bussloo, Den Nul, Deventer, Den Bosch etc, waar ik meestal uitkwam op de 2000 of 3000 m schoolslag bij de heren. Toen het trainen vanwege werk etc. minder werd, kwam de klad erin en op een gegeven moment ging ik niet meer. Totdat ik enkele jaren geleden gevraagd werd om deel te nemen in de commissie die de jaarlijkse open water wedstrijd in Scheerwolde organiseert. Daar kwam ik ook voor de eerste maal weer als deelnemer aan de start. 
Enkele seizoenen bleef het ook bij dat ene optreden in Scheerwolde. Dit jaar liep het echter anders, in Scheerwolde werd ik besmet met een virus. Nu zal je zeggen: daar heb je het al, een virus opgelopen in dat groene, donkere koude water, dat komt er nou van! Het betreft hier echter een heel ongevaarlijk virus, sterker zelfs, als je ermee besmet wordt vind je het helemaal geweldig. De besmetting met het open water virus zorgt ervoor dat je na je eerste deelname meer wil, je gaat uitzoeken waar er nog meer wedstrijden zijn, en dat vind je op www.noww.nl, in het open water boek. Dus heb ik na Scheerwolde aan nog vier open water wedstrijden deelgenomen.

Joop van Dijk

Klik hier voor de verslagen van de wedstrijden



Langebaanzwemmen, wat is daar nou aan?

"Wat is nou de lol van langebaanzwemmen?" Het wordt mij regelmatig gevraagd. Om deze vraag te beantwoorden helpt het om de verschillen tussen zwembadzwemmen en open water zwemmen te beschrijven.

  1. Het water in zwembaden is helder; dat van open water in Nederland is troebel.
    Gevolg is dat je slechts zelden verder kan kijken dan een halve meter. Je zult dus op koers moeten blijven op een andere manier dan naar de rechte lijn op de bodem te kijken. De oplossing licht in het optillen van het hoofd zodat je met je ogen/bril net uit het water komt. Dit kan zo om de 6 tot 12 slagen. Dat het water troebel is betekent niet dat het water vuil is; immers het water MOET voor de wedstrijd gekeurd worden door een erkend laboratorium.
    En ja, dames! Er komt wel eens een klein visje in het badpak. Je merkt het pas als je het badpak uitdoet. Dat maakt het wel zo spannend. De vissen zijn overigens bang van de zwemmers met hun vele bellen en spetters.
  2. Het water in zwembaden is rustig; dat van open water kan golven hebben.
    Met golven kun je leren omgaan door te oefenen. Bij golven kun je de armslag verkorten zodat het slagritme aangepast wordt. Het spelen met de elementen – in dit geval de golfslag - is interessant. Het geeft een goed gevoel om na een zware tocht het finish bord aan te raken.
  3. In zwembaden staat geen stroming; in open water kan dat wel. Dat klopt! Soms kun je gebruik maken van stromingen in het water. Deze zijn minimaal te noemen en hebben geen invloed op de wedstrijden. Een belangrijke uitzondering: Beusichem - Culemborg. Hier staat soms een enorme stroming, waardoor de zwemmer tot bijna twee keer zo hard zwemt. Door slim te koersen kun je meer gebruik maken van de stroming dan anderen.
  4. In zwembaden staat geen wind; in open water heb je daar last van.
    Buiten zwemmend kun je inderdaad tegenwind hebben. Door goed je koers te kiezen kun je de "schade" beperkt houden. Zwemmers hebben geleerd dat vlak onder de kant de tegenwind het minste last geeft en in het midden van de baan heb je het meeste profijt van wind mee. Met een goede tactiek heb je er zelfs winst mee.
  5. In zwembaden is het water op constante temperatuur: in open water wisselt het.
    In zwembaden is het zelf vaak zo dat de wedstrijden eigenlijk niet door kunnen gaan omdat het te warm is. De KNZB heeft recent nog haar reglementen voor de maximale temperatuur de grens verhoogd. Dat de temperatuur in open water veranderlijk is maakt het spel ook boeiend. De zwembond heeft overigens ook de ondertemperatuur ook gereglementeerd: 16 graden moet nog kunnen voor langer dan 1 km (1 km of minder kan met 15 graden nog doorgaan). De Wereldzwembond (FINA) vindt 14 graden al warm genoeg om de wedstrijden niet af te gelasten.
  6. In zwembaden raak je nooit onderkoeld en in open water kan dat wel.
    In het vorige punt werd al aangegeven dat je te maken kan hebben met kouder water dan in het zwembad. (Hoewel enkele Masters hun carrière begonnen zijn in een van de vele onverwarmde buitenbaden die Nederland zo rijk was.)
    Je kunt er uiteraard wel wat aan doen om het niet te koud te hebben. Je kunt je insmeren met vaseline, lanoline of met uierzalf (niet de witte, wel de bruine). In de week voorafgaande aan de eerste wedstrijd van het seizoen is aan te raden eens een recreatieplas op te zoeken en het water eens uit te proberen; dan weet je tevoren waar je aan toe bent en ben je alvast wat gewend.
  7. Je hebt in zwembaden steeds iedere 25 of 50 meter een keerpunt; in open water kan het zijn dat je helemaal niet keert.
    Dat is mooi, want dan raak je ook niet uit je ritme. Nadeel is wel dat je niet afzet en snelheid kan maken. Oefen door het zwemmen van lange stukken in het zwembad en in open water zwemmen. In buiten water kun je dan ook leren richting te houden.
  8. In zwembaden heb je een eigen baan; in open water zwemt iedereen door elkaar.
    Bij open water zwemmen start iedereen achter dezelfde denkbeeldige lijn. De starter geeft dan aan wanneer iedereen achter die lijn ligt en dat je kunt vertrekken. In de eerste startlijn kan de start wat chaotisch zijn. Als je daar geen trek in hebt kun je ook op de tweede lijn of opzij gaan liggen.
    Een belangrijk voordeel is het achter je voorgangers stayeren. Dit kun je in de training oefenen door vlak achter iemand in de slipstream te gaan liggen. Bij de schoolslagonderdelen is dit tot een ware kunstvorm ontwikkeld: dicht op elkaar zwemmen en in de eindsprint er langs gaan...
  9. In een zwembadwedstrijd merk je meer van de competitie en buiten lijkt het allemaal gemoedelijker.
    Dat er in open water ook competitie is mag duidelijk zijn! Je heb naast je concurrenten om de bekers ook nog de elementen die je moet overwinnen. De sfeer voor en na afloop van je race is prettig doordat iedereen dezelfde weersinvloeden hebben moeten overwinnen, soms met elkaars hulp (om de beurt op kop) soms in je eentje. Dit schept een band met je mede/tegen strijders.


Lange Afstandszwemmen

Zwemmers staan bekend om hun creativiteit, zij veranderen de zwemsport voortdurend: de vlinderslag waarbij opzij ademgehaald wordt, de schoolslag met golfbeweging en de onderwater rugslagstart zijn vernieuwingen in de zwemsport. Zwemmers als Edith van Dijk, Etta van der Weijden en tot voor kort Hans van Goor veranderen het gezicht van de zwemsport eveneens.
Deze zwemmers zijn de toppers voor het open water zwemmen in Nederland.

Historie

De oorsprong van het open water zwemmen is op zijn minst te traceren tot Kapitein Matthew Webb die in 1875 als eerste Het Kanaal zwemmend overstak. In die tijd was de oversteek van Dover in Engeland naar Calais in Frankrijk een heroïsche tocht die extreem lang duurde. De beloning was het behalen van de eindstreep.

De sport heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een sport waarbij de tijd, competitie en tactiek een belangrijke rol spelen. De populariteit van het open water zwemmen heeft ervoor gezorgd dat er professionele circuits onder toezicht van de Wereld- en Europese zwembond (Fina en LEN) ontstonden. In Nederland kennen we al 50 jaar de door velen gewaardeerde nationale klassementen.

Omschrijving

Maar wat is nou karakteristiek voor open water zwemmen? Eigenlijk gebeurt het overal behalve in een zwembad. Maar er is meer dan dat. De wedstrijdbanen zijn in plassen, meren, kanalen, rivieren of in open zee. De lengte van de hoofdnummers is niet vergelijkbaar met de zwembadafstanden. 2, 3 en 5 kilometer zijn in Nederland het meest gebruikelijk. Daarnaast zijn er in Nederland, maar ook internationaal wedstrijden over 8, 10, 16, 25 kilometer en zelfs langere afstanden. Deze wedstrijden spreken tot de verbeelding. Stel je eens voor het IJsselmeer of Het Kanaal over te zwemmen! Ja dat kan, ieder jaar van Stavoren naar Medemblik. Deze wedstrijden duren dan ook meerdere uren. De zwemmers krijgen in die uren te maken met de zaken die open water zo aantrekkelijk maken: het leven in het water, zowel kwallen als afval kunnen lastig zijn. Haaien eveneens. Maar dat maakt het wel spannend. Voeg daaraan toe dat je kans loopt op onderkoeling en je kan je lol helemaal op.

Open water zwemmen is een sport voor de liefhebber van de sport in haar zuiverste vormen. Er zijn bijvoorbeeld geen lijnen op de bodem waar je overheen zwemt, hightech zwembadlijnen die de golfslag breken of startblokken die je het leven van de zwembadzwemmer gemakkelijk maken. Je mag ook geen triatlonpak tegen de kou aandoen enkel je badbak of zwembroek, je bril en een badmuts (de meestal door de organisatie van de wedstrijd verstrekte cap niet meegerekend). Je mag je wel wat insmeren met vet….

Het is vaak vechten tegen de elementen. Bij slecht weer is het dan opboksen tegen de wind, golfslag, stroming, soms het koude water en soms de koude boventemperatuur. Wanneer het goed weer is is het ook niet te versmaden: de zon verbrandt je rug, de blaren zitten er soms op.

Coaches

De coach van een open water zwemmer heeft vele verantwoordelijkheden tijdens de wedstrijd: de zwemmer koerst immers op zijn volgboot. De coach is hoofd supporter (vaak ook de enige zichtbare), rodeoclown en bokstrainer ineen. De coach ondersteunt zijn zwemmer in het vaak eenzame water. Hij zal als een rodeoclown allert zijn op alle aspecten die het open water zo gevaarlijk kunnen maken, zoals stroming, wind etc. en zal deze informatie op allerlei manieren de zwemmer duidelijk moeten maken. De coach is ook verantwoordelijk voor het staken van de race voordat de zwemmer bevangen raakt door vermoeidheid of kou. Hij zorgt er liever voor dat dit niet nodig is door de zwemmer op het juiste tempo te houden. Dit verlangt een enorme kennis over de zwemmer en over de omstandigheden. Het maken van tussentijden is in open water meestal onmogelijk. De coach zal de zijn informatie ergens anders vandaan moeten halen: hij telt bijvoorbeeld slagen van de zwemmer en zorgt dat deze die informatie krijgt. De meeste coaches hebben een schoolbordje bij zich, omdat mondeling doorgeven meestal niet goed lukt tijdens het zwemmen.

De hoogste prioriteit voor de coach ligt bij de veiligheid van de zwemmer. Het blijkt dat open water zwemmen over de langere afstanden meer een teamsport is dan het zwembadzwemmen. Je kunt het als zwemmer nooit alleen af!

Gedurende de voedingspauzes (2 tot 5 seconden) zal de zwemmer iets te eten of te drinken nemen. Soms zal er dan tussen de zwemmer en zijn coach gesproken worden. Coaches verwachten dat ze nogal wat naar hun hoofd geslingerd krijgen, het hoort erbij zeggen ze. Wat wil je als je al 5 uur aan het ploeteren bent, met niemand om je heen behalve die coach.

Finish
Direct na de wedstrijd komen de zwemmers meestal een beetje in een waas het water uit. Spoedig daarna zijn ze weer aan het denken aan de volgende wedstrijd. In een sport, zo veeleisend als open water zwemmen, kan de zwemmer het zich niet permitteren om een dag vrijaf te nemen.

Open water zwemmen heeft zich gevestigd als sport waarbij de zwemmer te maken krijgt met dezelfde pijn en heroïek als Kapitein Matthew Webb in 1875. De bevrediging om met succes dergelijke afstanden te overbruggen tegen alle elementen in is groot. Edith, Etta en Hans zijn grote voorbeelden voor velen.

Richard Broer - NOWW "Nederlands Open Water Web"