Nieuwsbulletin


Plonzen & Spatters


De Derby

Komende zaterdag is het eindelijk weer zover, het waterpoloseizoen gaat beginnen. En dit seizoen begint voor onze waterpoloafdeling wel met een heel bijzondere wedstrijd: de kraker tussen heren 3 en heren 4. Het is inmiddels zo’n 30 jaar geleden, dat een situatie als deze is voorgekomen, een treffen tussen twee (delta)steur teams in competitieverband.
Het is zaterdag een ontmoeting tussen voornamelijk oud-ploeggenoten, veel van de heren 4 spelers hebben hun waterpolo opleiding genoten in het heren 3 team, waar uw stukkiesschrijver in zal spelen. De rest van het team bestaat uit het team -20 van vorig jaar. Veel wedstrijdzwemmers die dit jaar voor het eerst hun eigen team gaan vormen. En dat doet mij denken aan die wedstrijd van 3 decennia geleden.
De jonkies vormden destijds het 2e, en wij moesten spelen tegen heren 3. Een team dat bestond uit veteranen, uit gelouterde spelers. Spelers die, voordat de KZ & PC de Steur werd opgericht hadden gespeeld bij o.a. de Fuut. 
En die tijden van de Fuut, dat was heel andere koek. Dat betekende wedstrijden in een buitenbad, in de IJssel, waar het stromende water van de rivier nog een extra dimensie gaf, waar geen watjes meespeelden, maar harde mannen die in het donkere, ijskoude water hun tegenstanders het leven zuur maakten. Dat 3e bestond uit zulke mannen, die die tijden nog hadden meegemaakt. Grote kerels, zoals Jim en Henk Reijnders, Joop (de buffel) van Doorn, Henk Schilder,Gerrit Riezebos en Jan Grootjen. En daar moesten wij, jonge jochies van net 19 tegen spelen.
Die eerste wedstrijd tegen die mannen, dat was mijn eerste kennismaking met het waterpolo. En… ondanks de gevreesde tegenstanders: we wonnen ook nog, met 4-2 of zoiets. Daar was zelfs nog een doelpunt van uw stukkiesschrijver bij, sprintend (dat kon ik toen nog) naar het doel van de tegenstander kreeg ik de bal, en al gooiend werd ik ondergeduwd door een van die grote zware mannen. Jammer, over het doel, dacht ik nog. Later las is in het Kamper Nieuwsblad, dat de verslagen van alle Steur teams publiceerde, dat ik in mijn eerste wedstrijd gescoord had. Blijkbaar zat die bal er toch in, zonder dat ik het zelf in de gaten had. 
Wij wonnen de wedstrijd toch nog dus, omdat we sneller waren en meer conditie hadden dan die oude mannen, die zelden of eigenlijk nooit meer trainden. Zij deden alleen nog maar vervelend met veel hangen, wurgen, en vasthouden. Ondanks de winst mopperden wij achteraf over het irritante spel van die mannen. Al dat vasthouden en vertragen van de wedstrijd, dat was toch geen waterpolo? 
Maar ja: als wij zaterdag enige kans tegen al die verschrikkelijk snelle zwemmers willen hebben, wat moet er dan gebeuren? De wedstrijd vertragen, het tempo eruit, beetje vasthouden hier, een beetje irritant doen daar, en de jongens zo min mogelijk in hun spel laten komen, daar gaat het waarschijnlijk wel op neerkomen.
Maar hoe het ook afloopt: de mannen van het 3e winnen zaterdag altijd: in het ene geval, waarin de stand op het scorebord in ons voordeel uitwijst, dan hebben we dus gewonnen. Maar ook in het andere geval, in het zeer onwaarschijnlijke geval dat we deze wedstrijd zouden verliezen, dan hebben we nog steeds gewonnen. Wij zullen dan immers claimen, dat wij de jonge jongens van het vierde het afgelopen jaar zo voortreffelijk hebben opgeleid, zodat ze nu al van ons konden winnen. 
En… er staat in elk geval een Deltasteur team op twee punten na de seizoensopening……tenzij het een gelijkspelletje wordt natuurlijk.

Joop