|
De Bal
De bal is een wezenlijk onderdeel in het waterpolospel.
Een waterpolowedstrijd zonder bal zou al snel een koddig gezicht opleveren, er liggen lijnen in het water, aan beide kanten bevind zich een hokje en er zijn allerlei heen en weer zwemmende mensen, sommige met een blauw hoedje, anderen hebben een witte en er zijn ook nog een paar idioten die hebben zelfs een rooie opgezet.
Er zijn er misschien een paar die elkaar het leven zuur maken, maar waarom?
Niemand zou het weten.
Daarom wordt er een extra element toegevoegd, men gooit een bal tussen al die zwemmende mensen, en plots ontstaat er allerlei activiteit.
Kijk, nu met die bal erbij, nu gaat het ergens om. Met die bal erbij wordt het allemaal een beetje fanatieker, de witten horen opeens bij de witten en de blauwen voelen ook een verwantschap met elkaar. Dat noemen ze teams.
Die enkeling met dat rooie petje, die kan niet zwemmen en daarom ligt die in het hokje, dat noemt men een doel.
Men heeft als regel verzonnen dat de partij die de bal vaakst in het hokje van de tegenpartij gooit, de wedstrijd gewonnen heeft.
Die met dat rooie petje probeert dat te voorkomen, en die noemt men de doelman.
En als een mens een ding wil, dan is het wel winnen, want een verliezer zijn, in modern Nederlands heet dat: loser, een loser zijn dat wil niemand!
Maar het ging over de bal, zonder die bal wordt het dus helemaal niks, die heb je er echt bij nodig.
Als je aan dit spelletje mee wil doen, dan is het handig wanneer je kan zwemmen met zo’n bal.
Een bal kunnen vangen, is hoewel niet helemaal noodzakelijk, toch wel een gevraagde kwaliteit van de spelers.
Ermee gooien ook, naar een ploeggenoot, maar belangrijker nog: ze moeten in het hokje, het doel, daar tussen die palen waar die idioot met dat rode petje ligt.
Want als dat lukt, dan heb je een doelpunt, en als je daar meer van maakt dan die anderen die tegen jou spelen, dan heb je gewonnen en ben je dus geen loser.
Dus is het handig als in jouw ploeg veel mensen liggen die een beetje goed kunnen gooien.
Als u de wedstrijdverslagen van het tweede leest, dan weet u dat er enkele spelers over bijzondere kwaliteiten beschikken, hun schot heeft
al een naam, we noemen die de opa bal of de bal van AB. Het is echter niet zo, dat zij als enigen wel eens op het doel van de tegenpartij mikken, integendeel, eenieder van ons krijgt wel eens de geest en doet een poging om zijn naam ook eens op het wedstrijdformulier te
krijgen (In positieve zin dan, negatief is makkelijker maar dat leg ik later nog wel eens uit).
Naast de opa bal en de bal van AB, wil ik dus de schotkwaliteiten en benamingen daarvan hier eens duidelijk maken:
Opa Bal: Een bal van zeer veraf geschoten, met een grote boog, lijkt makkelijk houdbaar, maar verdwijnt net over, en dus achter de spartelende doelman.
Bal van AB: Lijkt op de opa bal, maar is nog geraffineerder, omdat Ab de bal nogal moeizaam aanneemt, ligt de doelman werkeloos toe te kijken, het schot lijkt ook nergens op, maar dat is slechts schijn, het boogje is zo geraffineerd uitgevoerd, dat de doelman slechts hulpeloos kan watertrappelen, omhoog reiken, en de bal over zich heen ziet gaan, ploft heel langzaam in het verste hoekje.
Bal van Jaco: Zwemt zeer energiek naar voren, schud links en rechts de tegenstanders van zich af tot hij alleen voor het doel ligt. Laat de doelman omhoog komen en wacht rustig tot die vermoeid de strijd opgeeft en gooit vervolgens met een lullig boogje over het doel.
Bal van Berry: Mopperend naar voren zwemmen omdat niemand vrij ligt of zich aanbiedt, en gooit vervolgens van onmogelijke afstand maar zelf op doel, meestal mis.
Bal van Johan: Zwemt niet mopperend van achter naar voren, niemand biedt zich aan, en gooit dus van onmogelijke afstand snoeihard raak.
Bal van Wouter: Met een verschrikkelijke tater op het water.
Bal van Rein: Linker elleboog in het oog van de tegenstander en vervolgens met rechts snel doortikken.
Bal van Martin: Heeft geen richting, is wel hard, levensgevaarlijk voor de doelman.
Bal van René: Langs de lijn zwemmend naar voren, kijkend naar zijn schatje op de kant, knipoogje geven, diagonaal inzwemmen, en scoren.
Bal van Jos: Langs de lijn, met enorme snelheid naar voren zwemmen, en ter hoogte van de glijbaanuitgang denken: misschien moet ik eens gaan schieten.
Bal van Harro: Worstelen met de tegenstander, nog maar
één handje boven water, ff flinke schop uitdelen en scoren.
Bal van Arjan: Onbekend fenomeen, niemand weet hoe dat eruit ziet.
Bal van Eelco: (voor wie de Appie Happie strips kent: zoals Tinus Plotseling)
Niemand heeft ‘m zien aankomen, toch is 'ie er plotseling in kansrijke positie en scoort!
Bal van Ulco: Hij komt van ver, iedereen ziet ‘m aankomen, en toch heeft ie ‘m niet...
Bal van Erwin: De bal kwaad weggooien, het bad al mopperend uitlopen en door iedereen verbaasd nagekeken worden.
Bal van Joop: is er meestal een met weinig hoop...
Bal met saus: helaas, die is er niet meer in ons zwembad.
Kerstbal: die hangt nu bij iedereen in de boom, Prettige kerstdagen allemaal!
Oliebal: oh nee, oliebol: het oliebollentoernooi, ik heb zoals gewoonlijk nog steeds niet ingeschreven, en de trimmers laten me in de steek.
Het van Zuilekomtoernooi, het laatste toernooi van het jaar met hopelijk weer heel bijzondere bollen, oh nee, ballen op het doel.
Ach ik duik wel weer ergens bij in, en anders ben in de buurt van of misschien wel achter de bar te vinden.
Ik zie iedereen daar nog, en wie ik per ongeluk vergeet het toe te wensen:
Een fijne jaarwisseling en een goed 2006 voor alle Deltasteur mensen.
Joop
|