|
Hieronder
is een aantal wetenswaardigheden uit de jaarlijks door NOC*NSF
gehouden verenigingsmonitor samengevat:
Ledental
Bij 45% van de ondervraagde
verenigingen is een toename van het ledental geconstateerd, bij 35%
een afname. Er zijn geen significante verschillen geconstateerd in
toe- en afname van het ledental bij de verschillende soorten sporten
(individueel, semi- individueel of teamsport). Wel is duidelijk dat
er een relatie bestaat met de omvang van de verenigingen. De toename
is vooral bij de grote verenigingen te zien.
Activiteiten
De meeste verenigingen (70%) organiseren naast het reguliere
sportaanbod voor de leden ook andere activiteiten. Vooral voor de
jeugd wordt het meeste georganiseerd.
Bestuurlijk
kader
Ruim driekwart van alle verenigingsbestuurders is van middelbare
leeftijd (36 tot en met 55 jaar). Slechts vijf procent is jonger. De
gemiddelde verenigingsbestuurder is 48 jaar oud. De huidige
generatie bestuursleden draagt gemiddeld bijna 7 jaar
bestuursverantwoordelijkheid. Driekwart van de bestuursleden van
verenigingen is van het mannelijke geslacht. Uit de verdeling van
mannen en vrouwen over de verschillende bestuursfuncties blijkt dat
mannen onevenredig vaak de voorzittershamer hanteren en
portefeuilles hebben op het vlak van beheer en onderhoud. Vrouwen
zijn relatief vaker terug te vinden bij secretariaatfuncties en als
algemeen bestuurslid. Eén procent van alle bestuursfunctie heeft
een allochtone achtergrond.
Knelpunten
Op de vraag wat de grootste knelpunten of zorgen zijn vulde
bijna 90% de kaderproblematiek in. Op afstand gevolgd (60%) door
zorgen over de leden (werving, behoud, motivatie, betrokkenheid,
doorstroming, vergrijzing, gebrek aan jeugdleden) en (38%)
accommodatie (problemen met betrekking tot uitbreiding, nieuwe
accommodatie, onderhoud, kwaliteit van de voorzieningen en
ruimtegebrek)
Financiën
Van alle verenigingen beschouwt 61% de eigen financiële positie
als gezond of zeer gezond. 7% kwalificeert deze als zorgwekkend of
minder gezond. Wanneer echter naar het laatste boekjaar wordt
gekeken heeft ruim een kwart (27%) het laatste boek jaar met een
negatief saldo afgesloten.
Vrijwilligers
Sportverenigingen drijven op vrijwilligers werk. De verenigingen
die zijn bevraagd beschikken gemiddeld over ruim 38 vrijwilligers
Daarbij zijn niet meegenomen de taken waarvan het min of meer
vanzelfsprekend is dat deze door de leden worden verricht zoals het
rijden van jeugdleden naar uitwedstrijden of taken waaraan de leden
zich niet of nauwelijks kunnen onttrekken, zoals bijvoorbeeld
verplichte roulerende kantinediensten.
49%
van de verenigingen zegt over onvoldoende vrijwilligers te
beschikken. De grootste behoefte aan vrijwilligers ligt op het
sporttechnische en bestuurlijke vlak. Maar ook voor de Organisatie
van evenementen, nevenactiviteiten, arbitrage en jurering en de
organisatie van wedstrijden en toernooien worden vrijwilligers
gezocht. 35% van de verenigingen geeft aan dat de werving van
vrijwilligers het afgelopen jaar in vergelijk met het daaraan
voorafgaande jaar (seizoen) moeilijker was.
Betaalde
functies
In totaal komt bijna 49% van alle verenigingen op de een of
andere wijze een of meer medewerkers financieel tegemoet. Vooral
voor sporttechnische taken is men bereid in de buidel te tasten,
gevolgd door taken in het kader van onderhoud, schoonmaak en
toezicht en voor het beheren van de kantine.
Ondersteuning
Bijna 60% van de verenigingen kan op een of meer taakgebieden
professionele ondersteuning gebruiken, grote verenigingen hebben
hieraan meer behoefte dan kleine. De verenigingen vinden over het
algemeen dat de bestuurlijk, organisatorisch
ondersteuning moet plaats vinden binnen de vereniging, door
een verenigingsondersteuner. Zij willen weinig uitbesteden aan
organisaties buiten de vereniging.
Voor
advies en ondersteuning kunnen verenigingen bij diverse organisaties
en instanties terecht. Bijna tweederde van de verenigingen (63%)
heeft in het afgelopen jaar gebruik gemaakt van een of meer vormen
van advies en ondersteuning. Het meest blijken de verenigingen aan
te kloppen bij de bond en de gemeente. Opmerkelijk is verder dat ook
advies van privé-personen hoog scoren. De verenigingen blijken het
meest tevreden over de dienstverlening door privé-personen (94%).
Ook over de dienstverlening van provinciale sportraden was 73% van
de verenigingen positief. Over de gemeente is men minder tevreden en
ook over de adviezen en ondersteuning van bondswege is men niet
altijd te spreken.
In
totaal heeft 16% van de ondervraagden in het afgelopen jaar gebruik
gemaakt van verenigingsondersteuning. Opvallend is dat de
verenigingen die het afgelopen jaar gebruik hebben gemaakt van
verenigingsondersteuning bij de vraag over verschillen de vormen van
professionalisering een relatief sterke voorkeur hebben uitgesproken
voor deze vorm van professionalisering.
|