Nieuwsbulletin


Verenigingsmonitor 2001


Hieronder is een aantal wetenswaardigheden uit de jaarlijks door NOC*NSF gehouden verenigingsmonitor samengevat:

Ledental
Bij 45% van de ondervraagde verenigingen is een toename van het ledental geconstateerd, bij 35% een afname. Er zijn geen significante verschillen geconstateerd in toe- en afname van het ledental bij de verschillende soorten sporten (individueel, semi- individueel of teamsport). Wel is duidelijk dat er een relatie bestaat met de omvang van de verenigingen. De toename is vooral bij de grote verenigingen te zien.

Activiteiten
De meeste verenigingen (70%) organiseren naast het reguliere sportaanbod voor de leden ook andere activiteiten. Vooral voor de jeugd wordt het meeste georganiseerd.

Bestuurlijk kader
Ruim driekwart van alle verenigingsbestuurders is van middelbare leeftijd (36 tot en met 55 jaar). Slechts vijf procent is jonger. De gemiddelde verenigingsbestuurder is 48 jaar oud. De huidige generatie bestuursleden draagt gemiddeld bijna 7 jaar bestuursverantwoordelijkheid. Driekwart van de bestuursleden van verenigingen is van het mannelijke geslacht. Uit de verdeling van mannen en vrouwen over de verschillende bestuursfuncties blijkt dat mannen onevenredig vaak de voorzittershamer hanteren en portefeuilles hebben op het vlak van beheer en onderhoud. Vrouwen zijn relatief vaker terug te vinden bij secretariaatfuncties en als algemeen bestuurslid. Eén procent van alle bestuursfunctie heeft een allochtone achtergrond.

Knelpunten
Op de vraag wat de grootste knelpunten of zorgen zijn vulde bijna 90% de kaderproblematiek in. Op afstand gevolgd (60%) door zorgen over de leden (werving, behoud, motivatie, betrokkenheid, doorstroming, vergrijzing, gebrek aan jeugdleden) en (38%) accommodatie (problemen met betrekking tot uitbreiding, nieuwe accommodatie, onderhoud, kwaliteit van de voorzieningen en ruimtegebrek)

Financiën
Van alle verenigingen beschouwt 61% de eigen financiële positie als gezond of zeer gezond. 7% kwalificeert deze als zorgwekkend of minder gezond. Wanneer echter naar het laatste boekjaar wordt gekeken heeft ruim een kwart (27%) het laatste boek jaar met een negatief saldo afgesloten.

Vrijwilligers
Sportverenigingen drijven op vrijwilligers werk. De verenigingen die zijn bevraagd beschikken gemiddeld over ruim 38 vrijwilligers Daarbij zijn niet meegenomen de taken waarvan het min of meer vanzelfsprekend is dat deze door de leden worden verricht zoals het rijden van jeugdleden naar uitwedstrijden of taken waaraan de leden zich niet of nauwelijks kunnen onttrekken, zoals bijvoorbeeld verplichte roulerende kantinediensten.

49% van de verenigingen zegt over onvoldoende vrijwilligers te beschikken. De grootste behoefte aan vrijwilligers ligt op het sporttechnische en bestuurlijke vlak. Maar ook voor de Organisatie van evenementen, nevenactiviteiten, arbitrage en jurering en de organisatie van wedstrijden en toernooien worden vrijwilligers gezocht. 35% van de verenigingen geeft aan dat de werving van vrijwilligers het afgelopen jaar in vergelijk met het daaraan voorafgaande jaar (seizoen) moeilijker was.

Betaalde functies
In totaal komt bijna 49% van alle verenigingen op de een of andere wijze een of meer medewerkers financieel tegemoet. Vooral voor sporttechnische taken is men bereid in de buidel te tasten, gevolgd door taken in het kader van onderhoud, schoonmaak en toezicht en voor het beheren van de kantine.

Ondersteuning
Bijna 60% van de verenigingen kan op een of meer taakgebieden professionele ondersteuning gebruiken, grote verenigingen hebben hieraan meer behoefte dan kleine. De verenigingen vinden over het algemeen dat de bestuurlijk, organisatorisch  ondersteuning moet plaats vinden binnen de vereniging, door een verenigingsondersteuner. Zij willen weinig uitbesteden aan organisaties buiten de vereniging.

Voor advies en ondersteuning kunnen verenigingen bij diverse organisaties en instanties terecht. Bijna tweederde van de verenigingen (63%) heeft in het afgelopen jaar gebruik gemaakt van een of meer vormen van advies en ondersteuning. Het meest blijken de verenigingen aan te kloppen bij de bond en de gemeente. Opmerkelijk is verder dat ook advies van privé-personen hoog scoren. De verenigingen blijken het meest tevreden over de dienstverlening door privé-personen (94%). Ook over de dienstverlening van provinciale sportraden was 73% van de verenigingen positief. Over de gemeente is men minder tevreden en ook over de adviezen en ondersteuning van bondswege is men niet altijd te spreken.

In totaal heeft 16% van de ondervraagden in het afgelopen jaar gebruik gemaakt van verenigingsondersteuning. Opvallend is dat de verenigingen die het afgelopen jaar gebruik hebben gemaakt van verenigingsondersteuning bij de vraag over verschillen de vormen van professionalisering een relatief sterke voorkeur hebben uitgesproken voor deze vorm van professionalisering.